Blog Mantelzorgmakelaar Petra
Wie beslist er… als iemand het zelf niet meer kan?
Veel familieleden denken dat ze alles mogen regelen en beslissen.
In de praktijk ligt dat anders.
Wanneer iemand achteruitgaat door ziekte, dementie of bijvoorbeeld een hersenbloeding, ontstaat er vaak geleidelijk een verschuiving. Waar iemand eerst zelf de regie had, gaan naasten steeds meer ondersteunen. Eerst met kleine dingen, daarna met grotere beslissingen.
Dat voelt logisch en vanzelfsprekend.
Maar juist daar zit een belangrijk verschil.
Want helpen, regelen en beslissen zijn niet hetzelfde.
Je regelt alles… maar mag je ook tekenen?
Beslissen en tekenen worden daarbij vaak door elkaar gehaald, terwijl het juridisch twee verschillende dingen zijn.
Veel partners en kinderen gaan ervan uit dat zij automatisch degene zijn die besluiten mogen nemen. Dat ze, simpelweg omdat ze familie zijn, ook bevoegd zijn om knopen door te hakken. In de praktijk blijkt dat vaak een misverstand.
Wanneer iemand zelf niet (meer) goed in staat is om beslissingen te nemen, wordt er gekeken wie als vertegenwoordiger kan optreden, waarbij wordt aangesloten bij de wettelijke kaders en de situatie van dat moment. Als er een mentor of curator is, ligt die rol daar. Is die er niet, dan kan iemand die schriftelijk gemachtigd is optreden.
In andere situaties wordt vaak gekeken naar de partner of naaste familie, maar dat is dus veel minder vanzelfsprekend dan veel mensen denken.
Daarbij is het belangrijk om te weten dat het niet alles of niets is. Iemand is niet in één keer volledig wilsbekwaam of wilsonbekwaam. Het kan per beslissing verschillen wat iemand nog zelf kan overzien en bepalen.
En juist daar ontstaat vaak onduidelijkheid.
Ik zie regelmatig situaties waarin familieleden ervan overtuigd zijn dat zij beslissingsbevoegd zijn, terwijl dat niet formeel is vastgelegd. Of waarin meerdere betrokkenen zich verantwoordelijk voelen, maar het onderling niet eens zijn over wat er moet gebeuren. Zolang alles redelijk stabiel is, blijft dat vaak onder de oppervlakte.
Totdat er daadwerkelijk een beslissing genomen moet worden.
Ik voer hierover vaak gesprekken met kinderen van ouders met dementie. Wat ik dan merk, is dat hier vaak nog helemaal niet over is nagedacht. Of dat zij hier nooit eerder op zijn gewezen, bijvoorbeeld door een behandelend arts.
Tegelijk zie je dat ook dit in beweging is. Er ligt een wetsvoorstel dat het in bepaalde situaties mogelijk maakt dat familie een Wlz-aanvraag kan doen, als iemand dat zelf niet meer kan en er niets formeel geregeld is.
Dat laat vooral zien hoe vaak dit in de praktijk speelt. Maar ook dat het geen vanzelfsprekendheid is en dat het juist vraagt om bewuste en zorgvuldige afwegingen.
Bijvoorbeeld over een behandeling, de inzet van zorg of een verandering in de woonsituatie. Op dat moment wordt niet alleen gekeken naar wat wenselijk is, maar ook naar wie die beslissing mag nemen. En dan blijkt dat wat vanzelfsprekend leek, dat niet altijd is.
Dat is geen kwestie van onwil of onkunde. Het is simpelweg iets waar de meeste mensen pas mee te maken krijgen op het moment dat het al speelt. Precies daar gaat het vaak wringen.
Niet omdat mensen het verkeerd doen, maar omdat het nooit expliciet is besproken of vastgelegd. Omdat rollen vanzelf zijn ontstaan, maar niet officieel zijn gemaakt. Omdat iedereen handelt vanuit betrokkenheid, maar veel mensen niet goed weten waar de grens ligt.
Op papier lijkt het duidelijk. In de praktijk is dat zelden zo.
En juist die kloof tussen papier en praktijk zorgt voor spanning. Binnen families, in contact met zorgverleners en richting instanties. De vraag wie mag beslissen als iemand het zelf niet meer kan, is dus minder eenvoudig dan hij lijkt.
Het is een vraag die de meeste mensen zichzelf pas stellen wanneer het eigenlijk al te laat is om er nog rustig bij stil te staan.
Vormen van vertegenwoordiging (kort uitgelegd)
Als iemand zelf niet (meer) goed kan beslissen, zijn er verschillende manieren waarop dit geregeld kan worden.
Zo kun je nu al vastleggen wie voor jou mag beslissen via een volmacht of levenstestament. Dit kan zolang iemand wilsbekwaam is en zelf nog kan overzien wat hij of zij vastlegt.
Is er sprake van verminderde wilsbekwaamheid en is er niets geregeld, dan kan een rechter een maatregel uitspreken.
Bij mentorschap gaat het om beslissingen over zorg en welzijn. Een mentor ondersteunt bij het nemen van beslissingen en neemt, als dat nodig is, binnen dat domein beslissingen namens iemand, waarbij het belang van die persoon centraal staat.
Bij bewindvoering gaat het om geldzaken en vermogen. Een bewindvoerder beheert de financiële zaken en neemt beslissingen die nodig zijn om de financiële belangen van iemand te beschermen.
In zwaardere situaties kan er sprake zijn van curatele. Dan wordt iemand handelingsonbekwaam en worden zowel de financiële als persoonlijke belangen behartigd door een curator.
Loop je hierin vast of merk je dat er onduidelijkheid ontstaat? Ik kijk met je mee en help je overzicht krijgen in wat kan, wat er speelt en wat er nodig is in jouw situatie.

Artikelen en tips voor mantelzorgers over regelingen, praktische ondersteuning, werk-zorgbalans, dementie, Wlz, PGB en meer



















